Oefeningen Leerstof voor leerjaar 3 per onderwerp

From My wiki
Jump to: navigation, search

<startFeed />

Contents

Introductie Franse grammatica

Hieronder staan oefeningen en uitleg voor Franse grammatica leerjaar 3 per onderwerp. De links zijn afkomstig van diverse bronnen op het internet. De oefeningen moeten online ingevuld worden en kunnen door de leerlingen zelf worden nagekeken. In diverse oefeningen is er een hint mogelijkheid. De aangeboden theorie is ondersteunend aan de oefeningen. Dus de leerlingen moeten eerst de theorie bekijken en daarna een oefening doen. Of de theorie naast de oefening houden. Dit overzicht pretendeert niet volledig te zijn of dat links altijd (blijven) werken. Aanvullingen of aanpassingen zijn dus welkom.

Voortgangsformulier

Formulier voor voortgang: leerlingen kunnen dit formulier gebruiken om hun voortgang te bewaken en te verantwoorden. Het is een Excelsheet met daarin invulbladen per onderwerp.

Het persoonlijke voornaamwoord als lijdend voorwerp gebruikt (me, te, le, la, l’, les) - le pronom personnel comme objet direct (COD)

Theorie

  1. Uitleg persoonlijk voornaamwoord 1
  2. Uitleg persoonlijk voornaamwoord 2
  3. Theorie Les Pronoms d'object directs
  4. Schema pronom personnel Pdf icon.jpg

Oefeningen

  1. Oefening persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp 1 (COD)
  2. Oefening persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp 2 (COD)
  3. Oefening persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp 3 (COD)
  4. Oefening persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp 4 (COD)
  5. Oefening persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp 5 (COD)+ uitleg
  6. Oefening persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp 6 (COD)+ uitleg
  7. Oefening persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp 7(COD)
  8. Oefening Les pronoms personnels COD, exercice 1
  9. Oefening Les pronoms personnels COD, exercice 2
  10. Oefening Les pronoms personnels COD, exercice 3
  11. Oefening Les pronoms personnels COD, exercice 4

Het persoonlijke voornaamwoord als meewerkend voorwerp - le pronom personnel comme objet indirect (me, te, lui, lui, nous, vous, leur) (COI)

Theorie

  1. Uitleg persoonlijk voornaamwoord
  2. Theorie Les Pronoms Indirects
  3. Schema pronom personnel Pdf icon.jpg

Oefeningen

  1. Oefening Les pronoms personnels COI, exercice 1
  2. Oefening Les pronoms personnels COI, exercice 2
  3. Oefening Les pronoms personnels COI, exercice 3
  4. Oefening Les pronoms personnels COI, exercice 4
  5. Oefening persoonlijk voornaamwoord als meewerkend voorwerp 1
  6. Oefening persoonlijk voornaamwoord als meewerkend voorwerp 2
  7. Oefening persoonlijk voornaamwoord als meewerkend voorwerp 3
  8. Oefening persoonlijk voornaamwoord als meewerkend voorwerp 4 (COI)
  9. Oefening persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp 4 (COD/COI)

Het gebruik van Y en En

Theorie

  1. Uitleg Y en EN
  2. Schema pronom personnel Pdf icon.jpg

Oefeningen

  1. Les pronoms en et y remplaçant une expression de lieu, exercice 1
  2. Les pronoms en et y remplaçant une expression de lieu, exercice 2
  3. Les pronoms en et y remplaçant une expression de lieu, exercice 3
  4. Les pronoms en et y remplaçant une expression de lieu, exercice 4
  5. Oefeningen met Y en EN 1
  6. Oefeningen met Y en EN 2
  7. Oefeningen met Y en EN 3
  8. Oefeningen met COD, COI, Y en EN 1
  9. Oefeningen met COD, COI, Y en EN 2

De betrekkelijke voornaamwoorden - pronoms relatifs: qui,que,où,dont

Theorie

  1. Uitleg betrekkelijk voornaamwoord
  2. Theorie betrekkelijke voornaamwoorden

Oefeningen

  1. Oefening QUI en QUE
  2. Oefening celui, celle, ceux, celles, qui, que, dont
  3. Oefeningen lequel, laquelle, lesquels, lesquelles

De vorming van het bijwoord - l’adverbe

Theorie

  1. Uitleg bijwoorden
  2. Schema bijwoord of bijvoeglijk naamwoord Pdf icon.jpg

Oefeningen

  1. Oefening bijwoorden 1

De trappen van vergelijking

Theorie

  1. Uitleg la comparaison | trappen van vergelijking Pdf icon.jpg
  2. Uitleg trappen van vergelijking

Oefeningen

  1. Oefening vergrotende en overtreffende trap
  2. Oefening de onregelmatige trappen: bon - mauvais - bien - mal - pire - pis
  3. Oefening: moindre - plus - moins - aussi ... que - autant ... que
  4. Oefening: aîné - cadet - premier - dernier - principal
  5. Oefening trappen van vergelijking 1 ( l'adjectif: faites des phrases)
  6. Oefening trappen van vergelijking 2 ( l'adjectif: faites des phrases)
  7. Oefening trappen van vergelijking 3 ( comparatif: adverbe (bien - mieux))
  8. Oefening La comparaison, exercice 1
  9. Oefening La comparaison, exercice 2
  10. Oefening trappen van vergelijking 4 ( comparatif adjecitif (bon - meilleur(e)(s))
  11. Oefening trappen van vergelijking 5 ( complétez: le comparatif de l'adjectif / de l'adverbe)
  12. Oefening trappen van vergelijking 6 (vertaal)
  13. Oefening comparatif
  14. Oefening comparatif - superlatif

De wederkerende werkwoorden - verbes pronominaux

Theorie

  1. Uitleg wederkerend werkwoord
  2. Theorie wederkerend werkwoord

Oefeningen

  1. Oefening Les verbes pronominaux - 1
  2. Oefening Les verbes pronominaux - 2
  3. Oefening L'impératif des verbes pronominaux
  4. Les verbes pronominaux, exercice 1
  5. Les verbes pronominaux, exercice 2
  6. Les verbes pronominaux, exercice 3
  7. Les verbes pronominaux, exercice 4
  8. Les verbes pronominaux, exercice 5
  9. Oefening wederkerend werkwoord Présent 1
  10. Oefening wederkerend werkwoord Présent 2
  11. Oefening wederkerend werkwoord Passé Composé 1
  12. Oefening wederkerend werkwoord Passé Composé 2
  13. Oefening wederkerend werkwoord Passé Composé 3
  14. Oefening wederkerend werkwoord Present + ontkenning
  15. Oefening wederkerend werkwoord Passé Composé + ontkenning
  16. Oefening wederkerend werkwoord Futur Proche
  17. Oefening wederkerend werkwoord l'impératif 1
  18. Oefening wederkerend werkwoord l'impératif 2
  19. Oefening wederkerend werkwoord 1
  20. Oefening wederkerend werkwoord 2
  21. Oefening wederkerend werkwoord 3
  22. Oefening wederkerend werkwoord 4
  23. Oefening wederkerend werkwoord 5
  24. Oefening wederkerend werkwoord 6
  25. Oefening wederkerend werkwoord 7
  26. Oefening wederkerend werkwoord 8
  27. Oefening wederkerend werkwoord 9
  28. Oefening wederkerend werkwoord 10

De conditionnel (Nederlands: zal of zou kunnen) - le conditionnel

Theorie

  1. Uitleg le conditionnel
  2. Uitleg over de conditionnel van onregelmatige werkwoorden
  3. Schema conditionnel présent
  4. Schema conditionnel passé

Oefeningen

  1. Oefening le conditionnel regelmatige werkwoorden 1
  2. Oefening le conditionnel regelmatige werkwoorden 2
  3. Oefening le conditionnel uitzonderingen
  4. Oefening le conditionnel onregelmatige werkwoorden 1
  5. le conditionnel onregelmatige werkwoorden 2
  6. Oefening le conditionnel gemengd
  7. Oefening le conditionnel Présent 1
  8. Oefening le conditionnel Présent 2
  9. Oefening werkwoorden op -er (sleepoefening)
  10. Oefening: Is het de conditionnel of de imparfait?
  11. Oefening: Zelf een werkwoord in de conditionnel zetten
  12. Oefening: Zelf onregelmatige werkwoorden in de conditionnel zetten

L'impératif

Theorie

  1. Uitleg gebiedende wijs
  2. Schema impératif

Oefeningen

  1. Basisoefening
  2. Basisoefening met ontkenning
  3. Basisoefening met voornaamwoord + ontkenning
  4. Basisoefening wederkerende werkwoorden + ontkenning
  5. Oefening L'impératif
  6. Oefening L’impératif,exercice 1
  7. Oefening L’impératif, exercice 2
  8. Oefening L’impératif, exercice 3
  9. Oefening L’impératif, exercice 4
  10. Oefening L’impératif, exercice 5

<endFeed />


--Hansmestrum 12:43, 10 April 2008 (PDT)

Personal tools
Namespaces

Variants
Actions
Menu
Tools